De fascinatie voor gnostiek en onze hang naar geheime kennis


De fascinatie voor gnostiek en onze hang naar geheime kennis    1

Vormen van gnostiek    1

Gilles Quispel    2

Nag Hammadi-geschriften    3

Elaine Pagels    4

Geschiedenis van de gnostiek    5

Neognostiek    6

Bram Moerland    8

Ken U zelve    8

Inbreken via de achterdeur    9

 

De interesse voor het thema ‘gnostiek’ heeft na de vertaling van de Nag Hammadi geschriften een enorme vlucht genomen. Er blijkt grote behoefte te bestaan aan meer inzicht in deze inspirerende teksten. Gnostiek blijkt actueler dan ooit. Zo actueel dat Jacob Slavenburg – een van de voornaamste promotors van dit gedachtegoed – stelt, dat de westerse cultuurgeschiedenis na deze vondst in feite herschreven dient te worden, omdat de oude teksten geheel andere uitgangspunten bevatten dan het officiële christendom.

Wat is de betekenis en de uitdaging van de gnostische beleving in onze tijd: voor het individu, voor onze kerken en voor de samenleving? Het gaat dan om niets minder dan inzicht in de totale samenhang en eenheid van alle dingen, in het wezen van God, de kosmos en de mens. Gnostiek is het aanvankelijk bekend geworden door spirituele christenen uit het begin van onze jaartelling die door de kerkvaders gnostici werden genoemd.

Gnosis, dat is afgeleid van ‘gnostiek’ is Grieks voor ‘kennis’ of ‘inzicht’. Daarbij dacht men niet aan verstandelijke kennis, maar aan een doorleefde ervaring, die tot geestelijk inzicht had geleid. Deze term wordt vaak gebruikt voor een vorm van religieuze kennis uit de eerste eeuwen van de jaartelling, die op gespannen voet stond met het geloof van de christelijke kerk. Volgens deze gnosis zou er nog een heel andere – vaak in het geheim overgeleverde – interpretatie van het christelijk geloof bestaan.

Deze gnostische beweging in de eerste eeuwen van onze jaartelling is een specifieke expressie van een brede onderstroom in de westerse cultuur, die vanaf de Oudheid tot nu in het nieuwetijds denken grote invloed heeft uitgeoefend. In alle vormen van gnostiek ging het en gaat het kort gezegd nog steeds om inzicht in de samenhang der dingen, als persoonlijke bestemming en bevrijding en godskennis. Het stelt dat voor gnostici de kern van de mens komt uit de goddelijke wereld van licht en vrede. Door een ‘noodlottig ongeval’ is de mens in deze wereld terecht gekomen en er verstrikt geraakt. Hier is men vreemd en hieruit wil men verlost worden. Dit bereikt men niet door vergeving van zonden maar door opheffing van onwetendheid. Wordt die opgelost, dan heb je de sleutel tot bevrijding en verlossing in handen.

Vormen van gnostiek

De voedingsbodem van de gnostische beweging was de vermenging van allerlei godsdiensten in het oude Nabije Oosten, vooral door toedoen van Alexander de Grote en de invloed van het hellenisme in Perzië en Egypte. Zo is er een gnostiek die op het Jodendom is geënt. Daar is bijvoorbeeld een eigen duiding te vinden van het verhaal van Adam en Eva, en lezen we van Kaïn en Abel en Seth. Ook omvangrijk zijn de geschriften van de Mandeeën, gnostici wier doopwater ‘Jordaan’ heette, al woonden zij aan de Eufraat. Andere gnostische teksten bestaan uit openbaringen aan of van de Griekse god Thoth. Er zijn openbaringen overgeleverd die op naam staan van de Pers Zoroaster. De gnostiek was vaak mede geïnspireerd door de werken van Plato en door het latere platonisme. Ook kwam er, met het ontstaan van het christendom, een christelijke gnostiek op, die zich baseerde op Jezus als hemelse leraar en verlosser. Uit deze opsomming blijkt dat de gnostiek niet specifiek christelijk was, maar zich in velerlei gewaad kon voordoen.

Pas in de 17e eeuw gebruikt de filosoof Henry voor het eerst de term ‘gnosticisme’, in een overigens negatieve zin. Die term duidt op een specifieke stroming uit de tweede en derde eeuw; de gnosis waar de christelijke kerkvaders tegen polemiseerden omdat die ‘ketterse’ opvattingen aanhing over de schepping en de verlossing. Centraal daarbij staat de gedachte dat een volledige transcendente God een goddelijke wereld heeft geschapen, waartoe de mens oorspronkelijk ook behoorde. Tragische gebeurtenissen hebben hem van zijn goddelijke oorsprong gescheiden, hij is die zelfs vergeten. Alleen gnosis kan de mens weer naar zijn oorsprong terugleiden. Illustratief daarvoor is het Lied van de Parel, uit de Handelingen van Thomas. Dit denken wordt gekenmerkt door een sterk dualistisch denken.

Gilles Quispel

Sinds de opgraving, vertaling en uitgaven van de Gnostische evangeliën is onze kennis van het vroege christendom niet meer wat het geweest is.
Prof. Dr. Gilles Quispel, internationaal vermaard kenner van de gnostische traditie, was een Nederlands theoloog, die bekendheid heeft verkregen als hoogleraar vroege kerkgeschiedenis en onderzoeker van het klassieke en christelijke gnosticisme. Hij kwam er openlijk voor uit dat de gnosis, het innerlijk ervaren geloof, dat hij altijd ‘de kennis des harten’ noemde, hem ook persoonlijk op het lijf geschreven was. In de inleiding over “Gnosis – De derde component van de Europese cultuurtraditie” – zegt hij: “In werkelijkheid gaat de gnosis altijd uit van de innerlijke ervaring en drukt zij zich in beelden uit. Quispel spreekt bij voorkeur over: ‘kennisse des harten’. Zo staat het in het gnostische evangelie der Waarheid, 150 na Christus in Rome geschreven: ‘Jullie zijn kinderen van de kennisse des harten’. De stroming die dat belangrijk vond, namelijk dat je de openbaring ervoer, en dat je daar kennis aan had, is volgens Quispel dezelfde als in het Johannesevangelie waar staat: ‘Dit is het eeuwige leven, dat ze u kennen’, dat wil dus zeggen: nu en niet pas in de toekomst, en ook ‘kennen’ en niet alleen maar ‘geloven’!

Zo is het inderdaad juist, dat het Griekse woord voor kennen, dat ook in het NT veel gebruikt wordt, ‘ginoskere’ is. Dit moet volgens Quispel dan wel onderscheiden worden van gnostiek: een leer van mensen, die van gnosis een heel stelsel maakten en daarbij vertelden, dat er onderscheid was tussen de onbekende God en de schepper van de wereld – de Demiurg en waar een hedendaags mens zich niet mee zal identificeren.

Waar het op aankomt, is het onderkennen van het verschil tussen zelfkennis en Godskennis. Het onderscheid waar niemand minder dan Calvijn zijn hoofdwerk De Institutie mee begon!

In de NCRV-televisieserie de Verliezers stelt Quispel, dat door de vondst en de studie van deze geschriften, deze gnostici veel christelijker waren dan hun tegenstanders ons altijd hadden doen geloven. De katholieke kerk wierp tegen hen drie dijken op: de Bijbel, met het Oude Testament, de bisschoppelijke heerschappij en de belijdenis. Als de ander partij gewonnen had, was de kerk volgens hem wellicht niet autoritair geworden.

Nag Hammadi-geschriften

Voorbeelden van dergelijke gnostische stelsels in de Nag Hammadi-geschriften zijn het Apocryphon of Geheime Boek van Johannes;
Het Wezen van de wereldheersers;
De Oorsprong van de wereld; Eugnostus de Gelukzalige en
Brontè of de Donder, het volmaakte

Bewustzijn. Vijf door Rolf van den Broek – emeritus hoogleraar Geschiedenis van het christendom – uit het Koptisch vertaalde teksten die een beeld geven van de wijze waarop gnostische mythen geconstrueerd en verder ontwikkeld werden.

Andere meer bekende ‘gnostische’ evangeliën zijn het evangelie van Thomas, Filippus, Maria en de Waarheid (van Valentinus). Daarvan lijken de logia van het Thomas Evangelie nog het meest op de ons bekende evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes, zodat het wel het vijfde evangelie wordt genoemd. Toch zegt G. Quispel terecht dat het niet het vijfde Evangelie is. Volgens hem is het wel de belangrijkste vondst die sinds de oorlog is gedaan, omdat daarin tevoren onbekende woorden staan die aan Jezus worden toegeschreven en zeer wel van Jezus kunnen zijn. Volgens Quispel is dit evangelie geschreven in Edessa, dat allerlei woorden (logoi) van Jezus bevat, die door joodse christenen uit Palestina naar Edessa zijn gebracht en die daarbij uit verschillende bronnen hebben geput. In het Thomas evangelie staan woorden, die volgens Quispel niet gnostisch zijn, maar wel ascetisch. De tegenstrijdigheden in het Thomasevangelie verklaart hij met name door aan te nemen dat de auteur (rond het jaar 140) twee bronnen heeft gebruikt, een joodse uit ca. 40 en een Alexandrijnse uit ca. 100 n.C

De Jezus van Thomas doet metafysische uitspraken die zo uit een modern handboek over zelfontdekking kunnen komen, zoals dit voorbeeld:
Jezus sprak: “Ik ben het die het licht dat boven hen allen is.  Ik ben het die het Al is. Uit mij is het allemaal te voorschijn gekomen en ik deed het allemaal uitspreiden.
Splijt een stuk hout, en ik ben daar. Hef de steen op, en je zult mij daar vinden.” (Logia 77)

Gnosticisme legt grote nadruk op precies die dingen waarvan veel  mensen vinden dat ze afwezig zijn in de moderne westerse kerk. Niet alleen richtte het zich op verschillende mystieke rituelen en spirituele ervaringen, maar ook op traditionele genderrollen – vrouwen zouden man kunnen worden en werden vaak  gnostische priesters. Zijn wereldbeeld drong er op aan dat er een goddelijke vonk was of levenskracht die via een groot deel van de menselijke ervaring loopt. Het had zijn eigen geheime ‘evangeliën’ en beweerde het ‘ware’ beeld van Jezus te onthullen. De gnostische Jezus, heel anders dan de Jezus van de Bijbel, is zo een onthuller van spirituele geheimen.

Elaine Pagels

De Amerikaanse theologe Elaine Pagels heeft indertijd opzien gebaard met haar boeken ‘De gnostische evangeliën’ en ‘Adam, Eva en de slang’. Douglas Groothuis zegt dat haar boeken meer dan enige ander de gunst van het Amerikaanse publiek heeft gewonnen door ze toegankelijk en zelfs aardig te vinden, ja dat ze zelfs de ware vorm van geloof en ervaring zijn. Ze presenteert de vroege gnostici als een vervolgde minderheid en representatief voor een legitieme christelijke traditie. Gnostici leerde man-vrouw gelijkheid en een androgyne God en zagen kennis van zichzelf als kennis van God. De orthodoxen hadden alleen geloof, maar de gnostici hadden kennis (gnosis): eenheid met de Ene.

In haar nieuwe boek Ketters en rechtgelovigen geeft zij aan hoe een bepaalde richting binnen het christendom haar mening heeft kunnen doorzetten als de orthodoxe en andere visies als ketters heeft afgewezen, veroordeeld en bestreden. Een belangrijk punt daarbij is de vraag naar de transcendentie van God: is God de gans andere die buiten onze werkelijkheid staat of kunnen wij God ook in onszelf vinden? De tweede mening werd door de orthodoxie afgewezen, maar is juist nu weer populair geworden. Vandaar de vernieuwde interesse voor de ketters uit de Oudheid, van wier geschriften een hele verzameling in Egypte is teruggevonden. Voor veel gelovigen zal dit boek een confrontatie zijn. Zo lijkt het christendom veel veelzijdiger te zijn geweest dan men doorgaans op catechisatie leert. Wie in de New Age-beweging is geïnteresseerd, zal in de ketters van weleer het nodige herkennen. De vraag naar ‘wat is de waarheid’, wordt door Elaine Pagels aan het einde gesteld, maar vervolgens gerelativeerd. Riemer Roukema zegt van haar dat er veel interessante informatie in haar boeken te vinden is, doch dat ze “niet kunnen gelden als een evenwichtig overzicht over de gnostiek, omdat de schrijfster –gedreven door haar sympathie voor de gnostici – de gnostische bronnen heel selectief benut.”

Hoe is het beeld van Christus en zijn leer ontstaan? Waarom staan de vier evangeliën volgens Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes wel in de Bijbel en andere niet? Wat is het kerkelijk beleid geweest achter de verwerping van teksten als het Thomas- evangelie?
Elaine Pagels heeft een diepgaande studie gemaakt van deze teruggevonden teksten. Ze blijken het onderwerp geweest te zijn van een felle machtsstrijd tussen de vroege christenen en kerkvaders. Die strijd heeft bepaald welke versie van de kerkelijke leer tot ons is gekomen, maar net als toen zijn er ook nu velen voor wie de ‘ware leer’ niet voldoet. Zij zoeken naar een eigen, meer persoonlijke invulling van hun godsbeleving.

In de kern gaat Ketters en rechtgelovigen over een tekstuele strijd tussen Het Evangelie van Thomas en Het Evangelie van Johannes. Hoewel deze evangeliën veel oppervlakkige gelijkenissen hebben, blijkt volgens Pagels dat Johannes, in tegenstelling tot Thomas, verklaart dat Jezus gelijk is aan “God de Vader” zoals aangegeven in het Oude Testament. Thomas, in tegenstelling, deelt met andere veronderstelde geheime leringen het geloof dat Jezus niet God is, maar eerder een leraar die het goddelijke licht helpt te ontdekken in alle menselijke wezens. Pagels toont vervolgens hoe het Evangelie van Johannes werd gebruikt door bisschop Irenaeus van Lyon en anderen om de orthodoxie te definiëren tijdens de tweede en derde eeuw. De geheime leringen werden letterlijk ondergronds gedreven en verdwenen tot de twintigste eeuw. Pagels beweert dat het optreden van Irenaeus niet alleen een verarming was van de kerken die overbleven, maar ook een verarming voor de kerken die hij afwees. Verjaagd uit hun oorspronkelijke huis binnen de christelijke beweging dwaalden diegenen die als ketter waren gestigmatiseerd vaak eenzaam rond.” (p. 149-150)

Wie zich nader wil verdiepen in antieke gnostiek, verwijs ik naar twee boeken van nieuw testamenticus en kerkhistoricus Riemer Roukema te Kampen: Gnosis en geloof in het vroege christendom – een inleiding tot de gnostiek (1998)[2004] en Jezus, de gnosis en het dogma (2007). Het laatste vooral met het oog op de vraag of Jezus een geheim onderricht had. Voor vragen over de canon en waarom de kerk bepaalde boeken afwees, zie vooral het gelijknamige boek van Michael Green.

Geschiedenis van de gnostiek

“Na de veroordeling door de kerk was het met de gnostiek niet gedaan. Zij bleef door de eeuwen heen voortbestaan, meestal ondergronds, als een onderstroom van denken en ervaren die veel kringen beïnvloedde. We kunnen hier denken aan denkers en kunstenaars als de Duitsers Mozart, Goethe en Jung, de Engelsman William Blake en de Amerikaan Emerson.

Maar zij kwam ook bovengronds:

  • bij de Katharen, christenen in Zuid-Frankrijk in de 12e en 13e eeuw;
  • bij hoofdrolspelers in de Renaissance in de 15e eeuw;
  • bij Jacob Boehme (1775-1624), een Duitse schoenmaker met grootse visioenen; ·
  • bij de broederschap van de Rozenkruisers aan het begin van de 17e eeuw;
  • bij de theosophische vereniging, opgericht in 1875;
  • bij de antroposofische beweging, die in 1913 werd gesticht door Rudolf Steiner (1861-1925).

Zo gezien is de New Age inderdaad een nieuwe opleving van de Gnostiek. Zij is, christelijke genomen, een oude ketterij in een nieuwe vorm: Neognostiek.

Wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van de gnostiek, leze vooral de Gnostisch-occulte vloedgolf van Stefan van Wersch. Het boek doet verslag van de Gnostiek in de Oudheid, in de Middeleeuwen, de Renaissance, de Verlichting en in de Romantische periode, om tenslotte in onze eigen tijd bij New Age terecht te komen. In elke periode toont Stefan de constanten en de variabelen van het gnostisch denken, en zo ontstaat er een helder historisch overzicht. Door alle eeuwen heen blijft de kern van het Gnosticisme de leer dat er geen verschil is tussen God en het goddelijke in de mens, en dat zelfverlossing het doel is van het leven op aarde. De mens, die zichzelf god acht, kent ook niet de relatie met de Ander, noch het besef van zonde of schuld.

Vooral de Romantische periode is een voorganger van de opkomende gnostisch-occulte vloedgolf in onze dagen. De Romantiek was een reactie op de het rationalisme van de Verlichting; New Age zou wel eens een reactie kunnen zijn op technocratie en materialisme van de laatste eeuw.

Een vergelijkbaar boek, doch met een heel andere invalshoek is Wat is New Age? De Geschiedenis van de speurtocht naar harmonie en geluk, van Peter Lemesurier, 1990. Hij ziet vooral in de Europese Renaissance een voorloper, toen dankzij Cosimo de Medici uit Florence in zijn zucht naar klassiek manuscripten een opleving kwam van de oude klassieke beschaving van de relatief intuïtieve en spirituele inzichten van filosofen als Pythagoras en Plato aan de ene kant, tot het wat nuchterder rationalisme van de leerling van Plato, Aristoteles en zijn volgelingen. Het resultaat was een ware explosie van psychische energie die een diepe invloed zou hebben op het denken van intellectuelen in die tijd en gevolgen zou hebben voor de mysterieuze wereld van het post-Platonische esoterisme als voor de seculiere kunsten, wetenschappen en filosofie.

Neognostiek

Gnosticisme is vandaag de dag teruggekeerd in de nieuwe kleren van New Age of Nieuwe Spiritualiteit. Peter Jones zegt: Sommige kringen van de hedendaagse Nieuwe Testamentici zijn op zoek naar het heroveren van oude gnostische teksten als authentiek christelijke literatuur. Terwijl op het populaire niveau, occulte channelers en langharige goeroes van alle soorten Magical Mystery tours van het innerlijke zelf promoten, verdedigen zeer gerespecteerde academici in conservatieve pakken en met klimop begroeide gebouwen het gnosticisme als een legitieme variant en uitdrukking van het vroege christendom. Er lijkt geen mogelijke relatie te zijn, maar het lastige raadsel zal niet verdwijnen. Er lijkt een gemeenschappelijke bron die, hoewel zeer verschillend qua methoden en procedures, lijkt te leiden tot hetzelfde einddoel.

Onder de titel ‘De nieuwe gnosis’ vat Henk Bakker het gnostische levensgevoel als volgt samen:

  1. De wrede schepping was een fout en de mens is slachtoffer en onschuldig
  2. Verlossing is te vereenzelvigen met het verkrijgen van inzicht in de goddelijke herkomst en kern van de mens
  3. Gnostici distantiëren zich van het Oude Testament en de joodse wet
  4. God is niet absoluut, maar is door de wereldgeschiedenis ook Zelf in een proces van ontwikkeling (in tijd en ruimte, kennis en macht).

Henk Bakker zegt vervolgens: “Als je deze lijst overziet, biedt de gnosis een aanlokkelijk alternatief voor de minder optimistische mensvisies van Jodendom en Christendom. De mens wordt vrijgepleit van oerschuld en hoeft zich voor zijn gedrag niet te excuseren. Hij is inzet van een kosmisch gevecht dat grotendeels buiten hem omgaat en ook de schuldvraag gaat ver boven hem uit. Bekering en het opleggen van regels zijn maar slagen in de lucht. Mensen moeten niet aangezegd krijgen dat zij zondaars zijn, maar dat zij machteloos en waardevol en kostbaar zijn. In het diepst van hun gedachten zijn zij zelf God en moeten zij hun goddelijke oorsprong leren ontdekken.”

Ds. D. Bouman, die in zijn boek over New Age eveneens een paragraaf wijdt aan de neo-Gnosis komt met een vergelijkbare opsomming. Kenmerkend voor de Gnosis in de kerk is ook dat God de onbekende God is. “Wij kennen Hem niet en kúnnen Hem ook niet kennen. Hij is zo ver boven de wereld verheven dat Hij onbereikbaar is. Wij kunnen Hem alleen in onszelf ervaren “. “Want God is liefde. God is licht. God is louter liefde en licht”. Wij kennen deze woorden uit de Bijbel, maar “hier moet men bedenken, dat God in de visie van New Age niet een persoon is. Als gezegd wordt dat God liefde en licht is, betekent dat Hij een stroom van liefde, een stroom van liefdeskracht is”. En als je afvraagt van wie of wat deze stroom uitgaat, antwoordt Hans Stolp: “Dat weten we niet. Daar is God te groot voor. God is zo groot voor onze woorden, te hoog voor onze gedachten. Daarom kunnen wij ons alleen maar een beeld van Hem maken. Een beeld dat per definitie ontoereikend is, …dat verandert naarmate wij mensen veranderen.”
God is in dit denken niet de Schepper van de wereld. De wereld is een vergissing. De wereld is ontstaan, doordat een goddelijk wezen viel. Daardoor kreeg een andere, minderwaardige, dikwijls zelfs kwaadaardige godheid de kans de wereld te maken en deeltjes licht van God in lichamen op te sluiten.
Riemer Roukema zegt over deze onderscheiding van splitsing van God, dat dit voor de gnostici de oplossing van het probleem was, hoe de God van Israël, zoals die bekend was uit het Oude Testament, dezelfde kon zijn als de Vader van Jezus. De Schepper, de God van de Joden, werd jaloers, wraakzuchtig, dom en heerszuchtig gezien, de Vader van Jezus als goed en liefdevol. De Schepper liet zich in met verderfelijke materie, maar de ware God was daarboven verheven en verloste uit de materie. Ondanks dat bijbellezers dit probleem tot op heden zo ervaren wordt, konden de kerkvaders geen begrip opbrengen voor deze gnostische oplossing. Zo citeert Irenaeus de geloofsbelijdenis dat er één God is, die alles omvat, en die door zijn Woord (Christus) alles heeft gemaakt, zowel de zichtbare als de onzichtbare dingen.

Frederike de Jong, die zegt de New Age achter zich gelaten te hebben, ziet wel verwantschap van New Age met gnostiek, vooral wat betreft de leer van de innerlijke goddelijke vonk, doch zij ziet ook aspecten die zich minder gemakkelijk met gnostiek laten rijmen. Zij denkt daarbij vooral aan de begrippen geest of ook lichaam en materie waar het onderscheid in de New Age minder scherp wordt gemaakt als de gnostiek veronderstelt. “In New Age wordt materie vergeestelijkt, maar ook wordt geest vermaterialiseerd. Beide zijn het gevolg van een pantheïstische levensoriëntatie.

Het verschil met de antieke gnostiek is vooral de vervreemding van de moderne mens van de aeonenleer over de schepping van de wereld of de ingewikkelde kosmologie van de gnostiek die, zo ontdekte Irenaeus (140-202), niet gegrond is op eigen ervaring, doch ontleend is aan de Griekse filosoof Antiphanes. De namen van de aeonen (de eeuwige wezens) zijn veranderd. Een heidense en voornamelijk Grieks mythologisch systeem vormde de grondslag voor de gnostische wereldbeschouwing. Vergelijken we de oude gnostiek en New Age, dan blijken zich verschuivingen te hebben voorgedaan. We horen niet meer van een slechte Schepper-god en een boven de materie verheven goede Vader. Ook de negatieve benadering van al het materiële en van het leven op aarde en van seksualiteit treffen we in New Age zo niet meer aan. Van de ascese en wereldverachting die in de eerste eeuwen bestond, is in New Age weinig te merken. Integendeel, er is nu een veel groter vertrouwen dat in de Nieuwe Tijd alles op aarde beter zal worden.

Neognostici spelen ervaring en dogmatiek tegen elkaar uit. Ervaring is positief en dogma’s zijn negatief. Martie Dieperink stelt echter terecht, dat het een heel vreemde conclusie is als je stelt dat, “als je confessor (belijder) bent en dus voor je geloof gemarteld bent (volgens Slavenburg dus een letterknecht), je niet spiritueel kunt zijn.” In de vroegchristelijke geschriften lezen we juist dat christenen die vervolgd werden, in die omstandigheden spirituele ervaringen kregen. Denk bijvoorbeeld aan Stefanus, die toen hij gestenigd werd, de hemel open zag, Hand. 7:55,56

Bram Moerland

Wie verder vandaag de dag in Nederland een goed begrip van gnosis en gnostiek wil krijgen, zou mijns inzien met Bram Moerland in gesprek moeten gegaan. Hij is immers de auteur van www.gnostiek.nl , van het boek Schatgraven in Nag Hammadi, een inleiding tot de gnostiek en Schatgraven in Thomas. Daarnaast heeft hij ook geschreven over de katharen en het hermetisme. Twee thema’s die ook nauw verwant zijn aan de gnostiek. Gebaseerd op zijn herinterpretatie van de gnostiek biedt hij een ‘spiritueel zeven-stappenplan’ aan. Bram Moerland wijdt in zijn boek Schatgraven in Nag Hammadi een heel hoofdstuk aan hoe modern het spirituele pad van de gnostiek is. Ook al is de taal mythisch, vertaald naar het heden biedt de gnostiek een ontwikkelingspsychologie voor de rijpe persoonlijkheid, een weg om te ontdekken hoe je vaardig jezelf kunt zijn. Volgens hem geloofden de gnostici in de mens. De gnostiek is geen leer of een utopie die de mens kant en klare antwoorden biedt. De gnostiek biedt een weg om het antwoord op het leven in ons zelf helder te maken. Bovendien beschrijft Bram Moerland Jezus niet als een wonderdoende god, maar als een mens met een bijzondere visie, meer als een filosoof.

In tegenstelling tot Moerland die stelt dat pas bij Ireneaus sprake is van ketterij, waarschijnlijk vanwege Ireneaus “Adversus Haereses” (Tegen ketterijen), stelt Martie Dieperink dat we dit begrip al in het Nieuwe Testament vinden. Paulus veroordeelde al de ‘partijschappen’ (Gal 5:20) en Petrus ‘de verderfelijke ketterijen’ 2 Petr. 2:1). Reeds de apostelen waren antignostisch. Vanaf het begin van het christendom was er een botsing van geesten tussen de orthodoxe christenen en gnostici. Niettemin kunnen we vandaag de dag een boek tegenkomen met de titel: Living Gnosis, a practical guide to Gnostic christianity van Tau Malachi, van de esoterische orde Ordo Sanctus Gnosis

Ook ds. M.P. van Dijk ziet in de New Age een herleving van de gnosis. Hij ziet in de gnostiek vooral een reactie op de Verlichting en het Rationalisme en de nadelige effecten daarvan op de westerse cultuur en het christelijke geloof en spreekt dan ook van anti-verlichting. In zijn boek probeert hij antwoord te geven op de vraag welke weg wij moeten inslaan als wij zowel New Age denken als het rationalisme afwijzen.

Ken U zelve

“Ken U zelve en je kent het Al”. Het klinkt zo leuk en aardig, evenals de aanmoediging vooral jezelf te zijn. Zo zou zelfkennis tot godskennis moeten leiden, wanneer we inzien dat ten diepste atman is brahman en dat ziel is geest en dat zelf is god. Nu erkent de schrijver van de Hebreeënbrief inderdaad dat ziel en geest nauw aan elkaar verwant zijn en wel als merg en been en dat het alleen Gods Geest is, die ze goed van elkaar kan onderscheiden. Vandaar de nadruk ook op het belang van de gave van onderscheid, van het belang om een juist beeld van God te hebben en hem recht te kennen. Immers, is Kaïn niet tot zijn moord op Abel gekomen door een verkeerd Godsbeeld?

Zo is het ook waar, dat de Bijbel spreekt over het belang van het kennen van God. “Immers dit is het eeuwige leven, dat wij God kennen en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus”, zegt Johannes 17:3.

Dit gaat echter niet over identificatie of een inwijding in een geheime kennisleer, maar over een relatie. Zo wijst Michael Schluyter er terecht op dat voor er ook maar iets was, er een relatie was. Het relationele perspectief, zoals dat in de hele Bijbel en in de leer van Jezus ook nadrukkelijk tot uiting komt, is onderscheidend van elke andere benadering.

Het motto om vooral vaardig jezelf te zijn moet door christenen gepareerd worden met het besef dat dat we niet van onszelf zijn, noch dat echt kunnen zijn, sterker nog: volgens de Openbaring aan Johannes weten we nog niet wie we zullen zijn. Dat weten we pas als we overwonnen hebben: “Wie
overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna, en Ik zal hem een witte steen geven en op die steen een nieuwe naam geschreven, welke niemand weet, dan die hem ontvangt.” Op 2:17

Nu spreekt Paulus ook over God die in ons woont en over het in Christus zijn en dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is! Het geheim van het christelijk geloof zit hem inderdaad hierin, dat wij met Paulus kunnen zeggen: “Met Christus ben ik gekruisigd, niet ik leef, maar Christus leeft in mij”.

Doch dit is niet hetzelfde als dat iedereen een goddelijke vonk in zich heeft, die we in onszelf moeten ontdekken om vervolgens door allerlei vormen van meditatie, visualisatie of channeling tot een vereniging met de Christusgeest te komen. Dat blijven allemaal pogingen van onze psyché, van onszelf om tot de geestelijke dimensie door te dringen op basis van welke therapie of manipulatie van welke ghost of spirit dan ook. Immers niet elke ghost of spirit is heilig. Dit wordt ook wel de spiritualiteit van onderen genoemd.

Inbreken via de achterdeur

Het is alsof men via de achterdeur tot de geestelijke dimensie wil doordringen. Of brutaler, die dimensie binnen probeert te dringen door die d.m.v. manipulatie (occultisme, magie, channeling) te kraken.

De weg van Jezus, van het evangelie is de weg van boven. Hij zei: “tenzij je wordt wedergeboren kun je het Koninkrijk van God (en Zijn gerechtigheid) niet zien!” Letterlijk staat er in het Grieks: van boven geboren worden. Jezus zei ook, dat wie Hem wil volgen zichzelf moet loochenen en zijn kruis moet opnemen. In het Grieks staat i.p.v. zichzelf, het woord psyché! Dit is dus de omgekeerde weg, niet van zelf, maar van het ontvangen in liefdevolle genade en aanvaarding van jezelf als door Hem geliefd.

Wanneer Hij dan door Zijn Heilige Geest in ons hart verwelkomd wordt als Heer, zijn wij een nieuwe schepping, hebben wij lief met Zijn liefde, voelen en luisteren wij met Zijn hart, kijken we met Zijn ogen, spreken we Zijn woorden, treden wij in Zijn voetsporen, krijgen wij Zijn zicht en perspectief op welke morele, economische, juridische of spirituele kwestie dan ook. Door Zijn Geest legt hij zijn wetten in ons hart, hebben wij de Geest van openbaring en deelgenoot van Zijn mysteriën. Sterker nog hij vormt ons om tot Zijn Bruid om samen met de Bruidegom te heersen over bergen en dalen.

Vanuit deze Geborgenheid (door onze verborgen en intieme omgang met Hem) worden wij wie wij zijn en krijgen wij een nieuwe identiteit en vinden uiteindelijk onszelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s