What is wrong with Protestant theology? Tradition vs. Biblical Emphasis


What is wrong with Protestant theology frontDit is de titel van een boek uit 2013 van Jon Mark Ruthven,[xxxvi] tevens auteur van Cessation of the Charismata, dat ik op 9 september 2017 tegenkwam op de boekentafel van de There is more conferentie in Veenendaal van het Evangelisch Werkverband. In dit boek probeert hij o.a. uit te leggen, hoe het komt dat Luther zo’n nadruk legde op de drie (of vier) sola slogans en nerveus waren over wonderen en uitingen van de Geest. Enerzijds immers de RK allerlei mirakelen en openbaringen als bewijs van hun legitimiteit, die zij middels de inquisitie steeds veilig probeerden te stellen en anderzijds waren er sommige radicale Hervormers, zoals Thomas Müntzer, die claimden geïnspireerd te worden door de Heilige Geest. Zodoende hadden wonderen en profetieën voor reformators zoals Luther, Zwingli en Calvijn alleen één (voltooide) functie, nl. om de ware leer te vestigen. Na het Nieuwe Testament kon geen nieuwe leer ontwikkeld worden noch toevoegingen noch door de paus noch door kerkelijke tradities.
Om zijn boodschap kracht bij te zetten daagde Luther met zijn 95 stellingen de kerkelijke autoriteiten uit tot een debat. Om te voorkomen dat hij dit niet zou overleven en om het debat te vereenvoudigen kwam hij met deze pakkende sola slogans:

  1. sola scriptura, alleen door de Schrift
  2. sola gratia, door genade alleen, i.p.v. aflaten om je uit het vagevuur te redden of te teren op de méér verdiensten van vrome heiligen>
  3. Vandaar dus ook: sola Christi, door Christus alleen, dus niet door de paus of de heiligen.
  4. sola fide, door geloof alleen i.p.v. boetedoening, vasten, gebeden of bezoek aan heiligdommen.

Deze sola’s gingen vooral over de strijdvraag hoeveel het kost om naar de hemel te gaan of om tenminste uit het vagevuur te blijven, ten tijde van de mediablitz in Europa van het theologische terrorisme van o.a. een Tetzel, van Eck, Aleander en de paus.
Vooral het sola scriptura was een ‘sound bite’ dat handelde over de vraag van autoriteit. Het beschreef de geïnspireerde terugkeer van de Reformatie naar de Bijbel als de ultieme bron van religieuze autoriteit, i.p.v. de opgestapelde tradities en pauselijke uitspraken van de kerk. Dit principe dwong de ‘Romanisten’ om debat aan te gaan op Bijbelse gronden, zodat een ware leerstelling over redding alleen door de Schrift gefundeerd kon worden: sola Scriptura! Kerkvaders en theologen kunnen commentaar geven of een opinie hebben over een doctrine, maar de doctrine zelf kan alleen door de Schrift worden bewezen. De praktijk echter was en is dikwijls dat je eerst kan komen met een theologisch argument, idee of leerstelling en vervolgens Bijbelteksten vindt om dit te ondersteunen. Zelfs vandaag wordt er vaak geklaagd dat theologen niet echt geïnteresseerd zijn om de kloof tussen Bijbelse theologie en Systematische theologie te overbruggen, tenzij ze een nieuw ‘spin’ op de Schrift willen leggen om hun theologie te beschermen, dikwijls niet omdat ze de Bijbel zelf lezen, maar nieuwe filosofische ideeën te incorporeren of om hun plek aan het seminarie of de universiteit te behouden.

Hoewel deze sola’s marginaal correcties waren op de Roomse Kerk, betekent dit nog niet dat zij de nadrukken van de Schrift – Gods geopenbaarde boodschap aan de mensheid – zelf uitdrukken.
Want zo kunnen we ons vragen, hield Luther zich wel echt aan sola scriptura? Zo moeten we vaststellen dat Luther veel liet liggen of verwaarloosde dan wel aan de kant schoof. Zo wordt het boek Handelingen – met al zijn wonderen – opvallen buitengesloten van ‘de ware en nobele boeken’ van het NT (Romeinen, Galaten, Efeziërs, 1 Petrus en 1 Johannes). De nobelste boeken waren vooral Paulus brieven, die de basis zijn voor de religieuze feiten in de geloofsbelijdenis. Van de evangeliën was het Johannes-evangelie nog het minst bezwaarlijk: het bevat immers het minste aantal wonderen. Serieus, dat heeft Luther ook gezegd.
Protestantisme betrekt zijn theologie dus ten diepste van de onderricht gedeeltes van het NT (de brieven) meer dan van de met wonderen gevulde geschiedenis van de Evangeliën en Handelingen (teveel wonderen besmetten goede doctrine). Luther was ook niet zo gek op Jakobus en Openbaring. Jakobus stelt immers dat waar geloof leidt tot goede werken. Openbaring was niet erg bruikbaar, anders dan misschien om de Roomse kerk als de ‘hoer van Babylon’ te identificeren, dat gesteund werd en geïnspireerd werd door het beest, die satan is. Interessante theologie dus![xxxvii]

Is de Reformatie voorbij?

Een verklaring van evangelische overtuigingen”, opgesteld door het platform Reformanda in Rome. Ondanks de „oecumenische vriendelijkheid” tussen protestanten en rooms-katholieken en de gunstige voorwaarden is het te voorbarig om te claimen dat de Reformatie „voorbij” is, aldus de verklaring. Dat de dialoog de tijd van vervolging heeft vervangen, is iets waarvoor we dankbaar moeten zijn, aldus de initiatiefnemers. Maar de vraag blijft: Zijn daarmee de fundamentele verschillen tussen rooms-katholieken en protestanten verdwenen? De Reformatie was volgens de stuurgroep uiteindelijk een oproep om het gezag van de Bijbel over de kerk te herstellen en de overtuiging nieuw leven in te blazen dat de verlossing „alleen door het geloof” tot stand komt. „Deze theologische verschillen bestaan tot op de dag van vandaag.” Tegelijkertijd geldt: wat waar is voor de Rooms-Katholieke Kerk als instituut hoeft niet per se waar te zijn voor de individuele rooms-katholieken. „Gods genade is werkzaam in mannen en vrouwen die zich bekeren en op God alleen vertrouwen. Zij geven antwoord op het Evangelie van God door te leven als discipelen die Christus zoeken te kennen en die Hem bekend maken.”

Visioen van Derek Frank: Complete the Reformation

Laatst kreeg ik van dierbare vrienden een doos Let the Lion Roar, met daarin zowel een boek Escaping the Great Deception als een DVD hosted by Derek Frank: “An ancient deception is about to meet the light of day”. Bedoeld wordt de samenzwering om de ware identiteit van de kerk te verbergen. Let the Lion roar
Voor een impressie kun je deze trailer bekijken en hier zelfs de hele documentaire op YouTube.
Er is ook een aanvullende website: http://letthelionroar.com (naar Amos 3:7-8). Bijzonder aan deze documentaire is dat hij behalve zeer actueel in dit Reformatiejaar nauw aansloot bij zowel de tentoonstelling in Elburg ‘Christendom en Antisemitisme’ als bij twee lessen van de Kesjercursus over ‘De Grote Scheuring’ en ‘Christelijk antisemitisme’, en voor menigeen een schoktherapie zal zijn. Er is zoveel dat ons op school, in lessen geschiedenis en zelfs op theologische faculteiten niet verteld wordt, dat je niet vreemd moet opkijken, dat in deze documentaire gesproken wordt van de Grote Misleiding. Het bijzondere is tevens, dat Derek Frank niet zomaar op dit spoor terecht is gekomen, en leiding en openbaring van God zelf nodig had om zijn ogen te openen voor waar de Reformatie al in de kiem gesmoord werd. Ruim 28 jaar geleden kreeg hij visioen, dat niemand in zijn charismatische omgeving in de jaren 80 in de UK kon interpreteren. Pas nadat hij in de oude stad van Genève was in de kathedraal van de Sint-Pieterskerk, waar Calvijn zelf gepreekt heeft, kwam dit visioen terug. ‘De stad die Calvijn wist te transformeren van de vuilste stad in Europa naar de meest volmaakte school van Christus, die er ooit geweest is, sinds de dagen van de apostelen’. Hij werd herinnerd aan de woorden in het visioen: ‘complete the reformation’ en dat hij een specifieke missie had.

Op een dag stuitte hij op een verhaal, dat hem hielp vele gaten te dichten. Toen het protestantisme in Frankrijk illegaal werd verklaard, ontstond er een stroom vluchtelingen, die hun toevlucht zochten in Genève, dat al gauw de naam Stad van Vluchtelingen voor vervolgde protestanten kreeg, waardoor de stad snel verdubbelde van 10 naar 20.000. Doch de schok kwam, toen hij ontdekte dat Joden daarentegen verbannen waren van deze stad. Hij ontdekte dat net zomin als Luther en Erasmus, ook Calvijn geen fysiek contact had met Joden, aangezien die net als in Spanje, Engeland en Frankrijk en andere delen van Europa (inclusief Erfurt waar Luther in het klooster zat) verdreven waren. Derek Frank stuitte op het antisemitisme in Europa in de Middeleeuwen vanaf de kruisvaarders en zelfs ver daarvoor en vervolgens op de vervangingsleer, waarvan hij ontdekte, dat die al heel oude papieren heeft en teruggaat op kerkvaders als Justinus de Martelaar, Eusebius (Caesarea), Hilarius (Poitiers), Hiëronymous, Hippolytus (Rome), Chrysostomus (Constantinopel), Ambrosius (Milaan) en zelfs Augustinus. Wat hij ontdekte is wat hij zelf noemt de grootste en duister misleiding van onze tijd: de samenzwering om de ware identiteit van de kerk te bedekken.
Zo had paus Innocentius III, anti-Joodse wetgeving vastgelegd en verklaard dat alle Joden een merkteken op hun kleren moesten dragen, waarop zij vervolgens in overbevolkte getto’s werden gedwongen, zoals in Venetië en Frankfurt. In de 14e eeuw (rond 1350) werden Joden beschuldigd van de oorzaak van de zwarte pest en in 1490 werden alle Joden uit Genève gedreven en gedwongen tol te betalen bij bezoeken van de stad. Pas vanaf 1790 waren ze weer welkom.
Hij moest derhalve concluderen dat ondanks het leven in Genève volgens bijbelse principes, Calvijn de kwestie van antisemitisme niet geadresseerd heeft. De vraag is dan, waarom eigenlijk niet? In dat opzicht heeft de jonge Luther deze kwestie van de demonisering van Joden wel aangepakt in zijn eerste geschrift over de Joden, waarin hij hen bloedbroeders noemde van onze Heer. Zodanig, dat het Vaticaan hem toen een ‘halve Jood’ noemde. Toen de Joden echter liever vasthielden aan hun judaïsme, bleek zijn ware motief: “wij hadden verwacht dat zij naar ons toe zouden komen.” Daaruit blijkt hoe de kerk vorm hem niet meer was dan een ‘heidense bubble’. Blijkbaar dacht hij dat de Joden cultureel heidens moesten worden teneinde redding te ontvangen. In feite zien wij hier dat hij verklaarde dat de Kerk Israël had vervangen als de focus van Gods keuze in het uitwerken van Zijn doeleinden. Het Joodse volk was niet langer het uitverkoren volk. Zij hadden de gunst van God verloren en geheel aan zichzelf te wijten.

Was het bij Calvijn anders? Ook hij had de Hebreeuwse teksten gelezen en stond ook sympathiek naar de historische betekenis van Israël, maar daar stopte het. Zijn negeren van het probleem van antisemitisme was noch een vergissing noch een gebrek aan interesse, maar een zeer bewuste keuze. Hij geloofde evenmin in een ‘letterlijke’ eindtijd heerschappij van Jesjoea. Hij vond dit maar fictie en zei in zijn Institutie [XXV, sectie 5] dat het ‘te kinderlijk was om zelfs maar een weerlegging waardig te zijn”.  Wat betreft de vraag naar het herstel van het Koninkrijk, – waarin zoveel fouten zaten als er woorden waren -bewezen de apostelen volgens Calvijn in zijn commentaar op Handelingen “dat zij maar slechte geleerden waren onder zo een goede meester”. Een andere keer, toen Jezus zei dat ze kracht zouden ontvangen, waarschuwde hij hen voor hun zwakzinnigheid.

Voordat hij tot een beschuldiging of oordeel komt, wil Derek Frank het principe van twee of drie getuigen toepassen van 1 Tim. 5:19 en roept vervolgens als was hij in een rechtszaal drie getuigen op:
De stad Genève, de Joden en de protestanten en vraagt ieder van hen, hoe het hen sinds de Reformatie vergaan is. Ten slotte citeert hij de woorden van de profeet Jeremia, van wie een onopvallend standbeeld voor de Sint Pieter-kathedraal in Genève staat, met zijn gezicht afgewend van dit gebouw: U woont te midden van bedrog, door bedrog weigeren zij Mij te kennen, spreekt JHVH (Jer. 9:6) en In de ene mand zaten zeer goede vijgen, zoals de eerste vroege vijgen zijn. In de andere mand zaten zeer slechte vijgen, die vanwege hun slechte kwaliteit niet te eten waren. (Jer. 24:2). Zelfs als de wortels goed zijn, moeten bomen in de juiste aarde zijn om voedzame sappen te produceren. De kerkgeschiedenis had zoveel anders kunnen zijn, als het geworteld zou zijn in de God gekozen aarde. Hoe hebben de Hervormers zich vergist door te geloven dat Israël het ‘van God verloren’ had. Zij werden gevangen door een Grote Misleiding, die ook vandaag nog levend en actief is. Wat ze verder ook hervormd hebben, deze leugen hebben zij geregenereerd i.p.v. gereformeerd.
Omdat de 95 stellingen van Luther niet zo ver gingen als ze hadden moeten gaan, voegt Derek Frank er een vijftal aan toe:

1) Het is een leugen dat de kerk Israël vervangt in Gods plan.
2) Dit falen om de Grote Misleiding bloot te leggen, heeft het evangelie van de Reformatie vervormd.
3) Dit bedrog blijft zowel ‘de kerk’ als de Joodse bevolking verwonden.
4) De waarheid over Gods voortdurende plan voor de natie van Israël moet naast zijn plan voor de kerk staan.
5) De wijdverbreide acceptatie van deze waarheid zal grote gevolgen hebben voor ‘de kerk’ en voor de redding van heel Israël.
Wat hiervoor nodig is en hoe dit te bereiken legt hij daarna verder uit. Zie vooral ook zijn verdere uitwerking en lijst met vragen voor zelfstudie en faqs op zijn website: http://letthelionroar.com/the-israel-issue

Max Brod over Luthers vertekende visie op het Jodendom

In een artikel van het tijdschrift Israël en de Kerk van maart 2014 (12/4) [xl]vond ik een prachtig artikel van dr. L. Engelfriet over De visie op het lijden van zionist Max Brod, waarin deze vriend en toeverlaat van Franz Kafka, ook een scherpe observatie van Luther waarin hij zijn dualistische kijk op wet en evangelie doorziet, waarbij jodendom tegenover christendom wordt gesteld: Joden doen de werken der wet (Torah) en christenen wijzen die als goede werken af. Brod trekt in zijn boek Heidentum. Christentum, Judentum. Ein Bekenntnisbuch (I en II, München, 1921) terecht “protest aan tegen deze conclusie die daaruit getrokken wordt. De Jood handelt volgens deze visie uit eigengerechtigheid en miskent zodoende dat hij voor zijn bestaan op de genade van God is aangewezen. Christenen zouden dat beter beseffen. Brod wijst deze vertekenende visie op het Jodendom pertinent af. De genade is niet een privilege van het christendom, maar vormt het wezen van het Jodendom. De christelijke dogmatiek die het Jodendom tot een moralistische leer reduceert, miskent het wezenlijk godsdienstige element van de verhouding tot God in het jodendom, die in genade tot uitdrukking komt. Het gevolg van deze vertekening is de reductie van het jodendom tot een voorstadium van het christendom. Na de wet komt de genade. Als de tijdsorde echter bepalend is, zen wat later komt, ook beter is, zegt Brod, zou men ook moeten aanvaarden, dat de islam beter is dan het christendom. “
Engelfriet concludeert: Luther heeft onvoldoende beseft dat bij de Joden anders dan bij christenen van zijn tijd het hele leven onder het beslag van hun God ligt en dat die verbinding met God was gelegen in de liefde voor de Torah. Luther heeft de Torah niet naar deze bijzondere waarde geschat en bovendien de overheid in het verlengde van het goddelijk gezag geëerd. De fatale uitwerking van dit misplaatste vertrouwen zien we in de Lutherse kerk bij de opkomst van het democratische Derde Rijk. Luthers idee van twee rijken heeft de ‘wereld’ aan dubieuze machten overgelaten en de verbinding met God alleen voor de ziel in de toekomst laten gelden. De Joden hebben eigenlijk deze zwakke plek in Luthers visie aangevoeld en hebben beseft dat ze met deze reformatie niet mee konden.

[xxxvi] Professor Emeritus, Theology, from Regent University School of Divinity. Word & Spirit Press.
[xxxvii] What is wrong with protestant theology, p. 16+voetnoot. Op basis van de “het is niet in de hemel’ doctrine van aan de hand van het beroemde ‘Oven van Akhnai-debat’ met rabbi Eliezer versus de meerderheid uit de 1e eeuw, laat J.M. Ruthven overigens zien het rabbijns jodendom niet veel anders is en in feite ook een vorm van streeptheologie. Zelfs de stem uit de hemel (bat-kol) die tegen de rabbi’s zei: “Wat twisten jullie met r. Eliezer, want de halacha is zoals hij overal beweert”, maakte geen indruk over deze rabbi’s die stonden op hun recht en autoriteit, dat alleen zij de Schriften mochten interpreteren. Zij baseerden zich daarbij [ten onrechte] op Deut. 30:12 en 17:11. Als rabbi’s verdeeld zijn over de interpretatie van een halacha, behoren zij de meerderheid te volgen [i.t.t. Ex. 23:2] en niet God zelf. Bladzijden: 138-9+179.
[xxxix] https://www.nd.nl/nieuws/geloof/zonder-reformatie-geen-atheisme.2837196.lynkx
[xl] Kerk van maart 2014 (12/4), geciteerd uit Brods boek HJC, deel I, p. 85

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.